Inwendige gebreken die zich na de oogst ontwikkelen

Tijdens de opslag of kort daarna kunnen zich verschillende inwendige afwijkingen ontwikkelen. De meeste van deze gebreken zijn alleen zichtbaar na het in stukken snijden van de appel. Hier wordt een overzicht gegeven van de meest voorkomen inwendige gebreken die optreden na de oogst.

Overzicht van inwendige gebreken die zich kunnen ontwikkelen na de oogst

  1. Klokhuisbruin. Foto door WFBR

    Klokhuisbruin

    Klokhuisbruin wordt ook wel aangeduid als klokhuisverkleuring. Het vruchtvlees dicht bij de de holtes in het klokhuis is verkleurd. De bruinverkleuring kan variëren van diffuus lichtbruin tot donker helder begrensde gebieden. Deze afwijking houdt verband met slijtage (overrijpe appels) of met bewaarcondities (hoger CO2).
  2. Appel met bevriezingsschade. Foto door WFBR

    Bevriezingsschade

    Bevriezingsschade is ernstig. Appels kunnen wellicht diverse dagen of zelfs weken een temperatuur van -2 °C (28 ° F) weerstaan, maar raken onomkeerbaar beschadigd wanneer de bevriezing ernstiger is. De appels kunnen er nog gezond uitzien tijdens de bevriezing en in de eerste 24 uur na het ontdooien. Maar daarna wordt het vruchtvlees al snel waterig, zacht en bruinachtig van kleur.
  3. Appel met inwendige CO2 schade. Foto door WFBR

    Inwendige CO2 schade

    Inwendige kooldioxide (CO2) schade kan naar voren komen als bruinverkleuring in het vruchtvlees, soms ook met holtes. Dit aangetaste weefsel bevindt zich meestal rond het klokhuis of het middelste deel van het vruchtvlees met een gezonde zone van ongeveer 1 cm direct onder de schil. Een preventieve maatregel voor de koelhuizen is om de gecontroleerde atmosfeer (CA) pas te starten nadat het fruit is afgekoeld.
  4. Appel met laag zuurstofschade. Foto door WFBR

    Laag zuurstofschade

    Lage zuurstofschade (O2-schade) kan zichtbaar worden als bruinverkleuring op de schil van de appel en zich uitbreiden naar het vruchtweefsel onder de schil. De schil en het weefsel onder de aangetaste schil is zacht. De symptomen van zuurstofarm letsel hebben dan overeenkomsten met ‘soft scald’. Lage zuurstofschade kan in een vroeg stadium worden vastgesteld door een smaakafwijking. Een preventieve maatregel is om de gecontroleerde atmosfeer (CA) pas te starten nadat het fruit is afgekoeld.
  5. Appel met lage temperatuurbederf. Foto door WFBR

    Laag temperatuurbederf

    Lage temperatuurbederf (LTB) leidt tot vruchtvlees dat grijsachtig wordt en later bruin. Typisch voor lage temperatuurbederf is een paar millimeter gezond weefsel net onder de schil. Appels die laat (rijper) worden geoogst, zijn gevoeliger. Gering vochtverlies tijdens opslag kan de symptomen verergeren.
  6. Melige appels. Foto door WFBR

    Meligheid

    Meligheid wijst op een overrijpe appel. De appel ziet er aan de buitenkant misschien goed uit, maar het vruchtvlees is te zacht. De appelsmaak is droog met weinig aroma. Het is een vorm van 'slijtagebruin’. In zeer ernstige gevallen kan zelfs de schil openbarsten.
  7. Appel met smaakafwijking. Foto door WFBR

    Smaakafwijking door alcoholvorming

    Smaakafwijking als gevolg van alcoholvorming kan optreden als het fruit werd opgeslagen bij een te laag zuurstofniveau. Als in een vroeg stadium het zuurstof wordt verhoogd, kan de smaakafwijking weer verdwijnen. Na langdurige blootstelling aan te weinig zuurstof heeft het aangetaste vruchtvlees een fermentatiegeur en een afwijkende smaak. De alcoholvorming kan leiden tot 'lage zuurstofschade'.
  8. Appel met slijtagebruin. Foto door WFBR

    Slijtage

    Slijtagebruin (slijtage) wordt gekenmerkt door zacht vruchtweefsel. In de gehele appel (ook net onder de schil) wordt het weefsel eerst zacht en melig en dit leidt uiteindelijk tot slijtagebruin. In zeer ernstige gevallen kan de schil zelfs barsten. Appels met slijtagebruin zijn bewaard onder suboptimale omstandigheden zoals een te hoge temperatuur of ze zijn simpelweg te lang bewaard.